We hebben op de tuinderij twee soorten: vroege aardappels (wit) en bewaar aardappels (rode schil).
De vroege aardappels hebben een dunne schil en hoef je niet te schillen voor gebruik. Eventueel kan je wel gekke plekjes verwijderen mochten die er zijn.
De bewaaraardappels kan je ook gewoon vers eten en hoef je dan in principe ook niet te schillen, afhankelijk van je persoonlijke voorkeur.
Als je ze wil bewaren is het belangrijk dat ze op een droge dag geoogst zijn als het loof van de plant al helemaal weg is, dat ze na het oogsten nog even kunnen uitademen zodat je ziet dat de schil echt gedroogd is. Indien nodig rol je ze een paar keer om zodat alle zijdes van alle knollen goed droog is. Daarna bewaar je ze in het donker, koel, met zo min mogelijk temperatuur schommelingen. In de loop van de winter check je af en toe voorzichtig of ze allemaal nog goed zijn (eventuele slechte aardappels er snel tussenuit uithalen) en in de vroege lente let je goed op of ze niet al aan het kiemen gaan, als dat gebeurt kan je ze nog prima opeten, maar dan gaan hun houdbaarheid achteruit.

